: Verwarm de oven & kook de rijst
Verwarm de oven voor op 220°C zodat de rijst straks goed krokant kan worden. Kook de rijst volgens de instructies op de verpakking. Giet de rijst af en laat afkoelen.
: Maak de rijst klaar
Verdeel de gekookte rijst over een grote bakplaat of ovenschaal. Besprenkel met 2 eetlepels olie en meng met de witte delen van de bosui. Zorg dat de rijst goed los ligt en licht met olie bedekt is, zodat hij krokant wordt.
: Bak de rijst krokant
Spreid de rijst in een gelijkmatige laag en rooster 25 tot 35 minuten tot de randen goudbruin en knapperig zijn.
: Maak de marinade
Meng in een kom de knoflook, gember, Thai mix, sesamolie en vissaus. Schep de helft in een apart kommetje voor later.
: Marineer de garnalen
Voeg de garnalen toe aan de kom met de marinade en schep goed om. Laat dit staan terwijl de rijst verder bakt.
: Voeg de garnalen toe
Wanneer de rijst goudbruin en knapperig is, verdeel je de garnalen in één laag over de rijst. Zet nog 6 tot 8 minuten terug in de oven tot de garnalen gaar en roze zijn.
: Maak de saus af
Roer het limoensap en 2 eetlepels olie door de apart gehouden marinade.
: Meng en serveer
Besprenkel de saus over de rijst en garnalen. Meng voorzichtig zodat krokante en zachte stukjes rijst samenkomen. Garneer met de groene delen van de bosui.